Ik maak gebruik van heel veel verschillende soorten oefeningen en bewegingen om jou te laten merken hoe je fijner kunt hardlopen. Hieronder lees je er een aantal.
De techniek van het gemak
Je lichaam beweegt moeiteloos precies door hoe het gebouwd is en in relatie met de zwaartekracht. Bewegen en de souplesse van het lichaam die een samenwerking aangaat met de zwaartekracht. Hardlopen wordt een makkie. Kracht gebruik je minimaal en is vooral bedoelt om je stabiliteit te bewaren. Onderstaande oefeningen zijn een hulpmiddel om steeds beter te worden in het voelen en behouden van gemak. Je kan ze als losse oefeningen doen en je kan het ook toepassen in het hardlopen (of wandelen). Hieronder een aantal oefeningen om er bekend mee te worden.
1. Been valt vanzelf naar voren
Als je in balans staat en je laat je een halve millimeter naar voren gaan, dan zal één been als vanzelf naar voren vallen. Klopt dit? En is je been vrij? Of hou je hem wat tegen? Of beweeg je hem zelf al naar voren? Alles is oké, probeer juist te voelen hoe dit bij jou gaat. En speel steeds meer met het feit dat jij niet meer hoeft te controleren, je been gaat vanzelf. Voel maar wanneer je been al naar voren wil vallen, hoe vroeg wil het been al? Hoe klein mag het stapje zijn? Doordat je al hardlopend iets naar voren leunt (minimaal, niet zichtbaar en amper voelbaar) loop je dus op geleide van de zwaartekracht in combinatie met een lichaam wat zichzelf overeind wil houden. Dit lopen gaat als vanzelf. Je ‘wordt gelopen’.
2. Been hangt aan de heup
Je been heeft gewicht. Ga maar op de trap staan en voel het maar. Laat je been maar een beetje bungelen, lekker……en voel het gewicht maar. Stel je maar voor dat je been via een elastisch touwtje aan je heup hangt en er steeds wat meer ‘uit gaat hangen’. Dit kan je ook in het hardlopen doen. Voel maar dat iedere keer als het been naar voren ‘slingert’ dat het dan hangt aan je heup. Laat het hangen….en hangen, steeds een beetje zwaarder. Het moment dat de voet weer neerkomt regelt je lichaam zelf wel de juiste spierspaning. Jij hoeft dus alleen maar los te laten en te laten hangen. Je ‘wordt gelopen’. Voel ook maar dat je heupen en zelfs je onderrug een beetje beweeglijker worden.
3. Armen hangen aan je schouders
Sullig is het woord. Echt, laat ze maar hangen. Niks actiefs doen met je armen. Je hebt alleen je ellebogen gebogen en bij je (als een T-rex). Handen losjes, armen losjes, schouders losjes. Speel er maar mee. Voel maar hoe bijzonder het is als je echt je armen helemaal overgeeft aan de zwaartekracht. En nu komt het: juist doordat de armen die alleen passief meebewegen in de hardloopbeweging, juist dan krijgt de hele wervelkolom de kans om soepel mee te bewegen. Op elk niveau vindt rotatie en buiging plaats.
4. De wervelkolom
Deze heeft zowel een actieve als een passieve rol. De hardloopbeweging begint bovenin de rug, daar komt een puls uit het brein die een rotatie geeft. Deze rotatie ‘reist’ de wervelkolom, wervel voor wervel af naar beneden, naar het bekken en zo door naar de benen. Passief is het zo dat iedere keer als een been naar voren slingert dat er een rotatie vanuit heupen/bekken naar omhoog plaats vindt tot aan het hoofd. Dit alles werkt een stuk beter als de wervelkolom vrij is om te bewegen terwijl het zijn stabiliteit behoudt.
5. De voet komt losjes neer
Je voet hangt aan je enkel. Je voorvoet hangt wat naar beneden en is lager dan je hak. Je bal van de voet (net achter je tenen) wil als eerste de grond raken, de hak volgt direct daarna. Je voet is veerbaar en veert dus heerlijk in als je gewicht erop komt, het veert bijna naar een platvoet, ook je enkel veert en beweegt. Je voet veert als vanzelf ook weer uit wanneer hij loskomt. Je achillespees en kuit bouwen potentiële energie op in de tijd dat de voet land en weer afzet. Deze energie in de vorm van spierspanning/spierrek ontlaadt zichzelf automatische als je voet aan de afzet toe is. De afzet ‘gebeurt’ dus. Vooral als jij geen kracht zet, als jij het niet doet.
6. Romp steunt op stevige benen
Dit is heerlijk. Voel het maar. Als je ongeveer rechtop staat in balans dan kan je merken hoe je alles in je romp los kan laten. Buik los, schouders los, armen hangen, ademhaling vrij. Je kan een beetje spelen met je bovenlichaam wat heen en weer te doen (kleine bewegingen) en voel maar weer de balans ergens in het midden. Voel maar hoe je heel romp (rug, buik) steunt op je benen (of op je bekken). Je hoeft werkelijk niks aan te spannen in je bovenlichaam en datgene wat wel een bepaalde spanning moet hebben, dat regelt je lichaam zelf wel weer.
7. Laat de beweging vrij
Je maakt de beweging niet, je laat hem vrij. Hoe wil je voet landen? Hoe groot of klein wil je pas zijn? Je bent in feite een skelet zonder spieren die dus een totale vrijheid van bewegen heeft. Dit is vooral een gevoelsding. Zoek steeds meer het gevoel van vrij bewegen op. Cultiveer dit gevoel in jou.
Voorstellend vermogen
Het voorstellend vermogen heeft direct en veel invloed op je bewegingen. De kunst is om iets echt voor te stellen. Hoe zou het voelen als?……. En dan het niet gaan ‘doen’. Je hoeft alleen maar nieuwsgierig te zijn naar hoe iets zou kunnen voelen. Dit kan je eerst stand op wandelend oefenen en op den duur steeds een beetje meer in het hardlopen meenemen.
1. Het omzeilen van alle weerstand
Dit is een beleving van totaal niks doen. Overal waar ik weerstand voel in mijn lichaam omzeil ik het. Hoe voelt het als er geen weerstand meer zou zijn? En het kan. Zelfs kracht is vaak weerstand. Hoe zou het zijn als je geen kracht meer nodig zou hebben?….. Hoe zou dat voelen in je lichaam, in de manier waarop je beweegt?
2. Wat is lichter?
Wat is lichter dan dit? Hoe zou ik lopen als ik met de bovenkant van mijn hoofd een zachte wolk wil aanraken? Hoe zou ik lopen als ik een klein beetje opgelift wordt met een touwtje aan mijn kruin? Hoe zou het voelen als en in elke gewricht in mijn lichaam een kleine zachte wervelwind was die ruimte en lichtheid gaf? Hoe zou het lopen als……..
3. Wind in de rug
Je kent het gevoel vast wel. Stel je het nu maar weer voor. Haal het gevoel weer tevoorschijn. Speel maar toneel en doe het maar na. Hoe voelt dit? Zelfs als je nu tegenwind hebt kan je nog steeds je voorstellen dat je de wind in de rug hebt.
4. Wat is geen inspanning
Ik doe niks, ik hoef niks. Hoe voelt het als je echt geen inspanning maakt. Zoek het gevoel op in jezelf. Leer het te herkennen en neem het stapje voor stapje mee het lopen in.
5. Toink toink toink
Hoe voelt het als ik steeds voet voor voet op een kleine trampo beland? Heerlijk, je hoeft niks te doen want de trampo veert je wel weer naar de volgende stap. Ga dit niet te hard nadoen. Maar laat de bewegingen, de toink, toink bewegingen als vanzelf maar komen.
Mindset
1. Waar is je hoofd mee bezig?
Wat wil je wilskracht? Wat verwacht je van jezelf? Moet je lopen of mag je lopen? Kan je lopen zonder wilskracht? Mag je ook langzamer? Hoe reageert je lichaam op wat je doet, wilt of laat? Je lichaam, elke spier in je lichaam reageert altijd direct op wat er gaande is in je hoofd.
Niks
1. Begin maar even met niks
Gewoon even stilstaan en PAUZE. Voel maar dat je nu even mag staan en niks, helemaal niks hoeft te doen. Wacht maar op de zwaartekracht. Een totaal gevoel van geen actie. Geen actie…….. Hoe voelt dit? Ahhhhh……..ja, daar voel ik het. Heerlijk, ik hoef niks. Herken je het gevoel? Misschien wel van een vakantie. Dan begin je langzaam te lopen met behoud van deze NIKSHEID. Speel er maar mee.
2. Niet-actie tijdens lopen en hardlopen
Begin met stilstaan.
STOP.
Doe niets.
Laat je gewicht zakken tot de grond je draagt.
Wacht tot de drang om iets te doen vanzelf afneemt.
Begin daarna met kleine bewegingen.
Voel telkens:
komt dit uit wilskracht of uit niet-actie?
Wanneer je merkt dat je jezelf aanzet:
STOP.
Pauze.
Laat spanning wegvloeien.
Start nu met lopen.
Niet door te duwen, maar door toe te laten.
Observeer wat er in je lichaam gebeurt:
adem, spierspanning, innerlijke rust.
Probeer dit ook in hardlopen.
Laat het tempo ontstaan vanuit ontspanning, niet vanuit moeten.
Telkens wanneer actie overheerst, stop je even en keer je terug naar niet-actie.
Niet-actie betekent niet slap of futloos lopen.
Integendeel:
het lichaam beweegt efficiënter, lichter en duurzamer.
Vanuit niet-actie ontstaat kracht zonder forceren,
focus zonder spanning
en beweging met minder belasting.